De moderne duivensport kan niet meer zonder vakkundige veterinaire begeleiding.
Dierenarts Corné van der Bijl draagt binnen ons team zorg voor de gezondheidszorg van uw postduiven.
Links met uitgebreide informatie over duivenziekten en duivenmedicijnen
Een goede raad blijft wel: gebruik alle producten met mate en in overleg met de dierenarts. Professioneel advies zal uw duiven en uw portemonnaie ten goede komen...
Gezondheidsbegeleidingsschema voor postduiven
Het Geel: Jonge duiven die uit het ei komen moeten in een goed nest terecht komen.
In diergeneeskundige zin houdt dit in dat de ouderdieren zoveel mogelijk vrij dienen te zijn van infecties. Te denken valt hier allereerst aan trichomoniasis (het geel); geef de kwekers daarom een geelkuur op de eieren.
Coccidiose: Laat enkele weken voor de kweek de mest controleren, dit kan in ons eigen lab worden uitgevoerd.
Wormen: Voor wormen geldt hetzelfde als voor coccidiose.
Paratyfus: Kweek van mest die gedurende een week is verzameld.
In geval van een positieve kweek (besmetting aangetoond) kuren en vaccineren tegen paratyfus; Bij een besmetting twee maal met een tussentijd van drie weken.
Verzurende preparaten; Uit vele onderzoeken en wederom in de praktijk is gebleken dat ook hierdoor de infectiedruk van de darmbesmettingen wordt teruggedrongen. Verder heb ik duidelijk aanwijzingen dat het gebruik van goede verzurende preparaten bijdraagt aan een verbetering van de darmflora. En een betere darmflora draagt op haar beurt weer bij aan een betere algemene conditie en weerstand.
Op deze manier kan het mogelijk blijken het gebruik van medicijnen in de duivensport te beperken.
Als het vliegseizoen nadert:
Vier weken tot vijf weken voor de vluchten mest- en keelcontrole. Zonodig behandelen.
In geval van verdenking op luchtwegbesmetting kan het geven van een kuur gedurende 5 dagen zinvol zijn. Je ziet in deze periode vaak duiven die goed vliegen naar het schijnt maar met milde of latente (verborgen) infecties zitten. Dit kan er de oorzaak van het feit dat veel liefhebbers na een vlucht of vier van de uitslagenlijsten beginnen te verdwijnen. Door de stress neemt de betekenis / impact van deze infecties toe. En met het toenemen van de afstand wordt meer gevergd van het duivenlichaam. Gevolg is het tekort gaan schieten van de conditie en afname van de weerstand. De rek gaat er dan al snel uit.
Maar ook liefhebbers die hun duiven goed in orde hebben bij de start van het seizoen kunnen de klos zijn als ze bij deze duiven met hun verborgen infecties worden ingekorfd. Ook deze liefhebbers worden dan na enkele weken geconfronteerd met tegenvallende prestaties. Dat is dan ook de reden dat aanbevolen wordt preventief te behandelen en de duiven een middel voor de luchtwegen te geven.
Er bestaan wat de toepassing van luchtwegmiddelen in het vliegseizoen globaal twee visies. De eerste gaat uit van het verstrekken van medicijnen voor de vlucht om zo als het ware een paraplu mee tegen aan de duiven tijdens hun verblijf in de korven.
Zelf ben ik hier niet zo'n voorstander van. Immers ook tijdens de vlucht zitten de medicijnen dan veelal nog in het duivenlichaam, hetgeen extra belasting van lever en nieren geeft.
Daarnaast staat de visie van het geven van een goed luchtwegmiddel de dag na de vlucht. Let wel een goed luchtwegmiddel. Veel "luchtwegpotjes" bevatten maar 5 gram werkzaam geneesmiddel op 100 gram. Veelal zijn de voorgeschreven doseringen volstrekt onvoldoende om werkzaam te zijn. Het trieste van dit feit is dat consequent gebruik van deze te lage doseringen onnodig resistentie tegen geneesmiddelen in de hand werkt. Een volstrekt ongewenste situatie. Dat lijkt me duidelijk.
De keuze van het meest geschikte middel om toe te passen na de vluchten is vaak gebonden aan de persoonlijke omstandigheden van de liefhebber, de duiven en het hok waarop de duiven verblijven.
Er is dus een groot scala van middelen verkrijgbaar. Wees echter op uw hoede voor de "5%-potjes".
Specifieke problemen
Het Geel (trichomoniasis)
Er is volgens mijn observering sprake van een toename in resistentie van de trichomonas tegen de meest gebruikte geelmiddelen.
Globaal kan men zeggen dat zolang de "R" in de maand is een drinkwaterkuur geen garantie geeft dat de trichomoniasis ook daadwerkelijk is teruggedrongen na een kuur.
Toepassing over het voer werkt al beter. Maar onze overtuiging is dat individuele behandeling verre de voorkeur verdiend gedurende de wintermaanden. Per saldo bereikt men een beter resultaat met minder geneesmiddelgebruik.
Coccidiose
In de praktijk zelden nog een groot probleem. Men zou het aantonen van coccidieën in de mest van een duif kunnen beschouwen als een uiting van een verminderde conditie. Duiven die met een matige coccidieën-besmetting toch nog "prijs vliegen" doen dat doorgaans op de wil en karakter.
Duiven met een matige coccidieën-besmetting hebben vaak andere infecties onder de leden. Behandeling van die infecties doet de infectiegraad van de coccidieën doorgaans ook afnemen.
Wormen
Mijns inziens dient men wormbesmettingen te allen tijden aan te pakken. Slechts een gering aantal haarwormen in een duif is in staat om de conditie van de duif te doen verdwijnen.
Houdt er wel rekening mee dat vrijwel alle wormmiddelen de jonge larven waaruit de worm uitgroeit veelal slecht kunnen doden.
Herhaling van de toepassing van het wormmiddel na 8 tot 10 dagen is dan ook aan te bevelen.
In onze kliniek zijn we voorstander van een beperkt gebruik van geneesmiddelen. Echter wat we wel voorstaan is dat indien men geneesmiddelen moet gebruiken men dit doet in de juiste dosering en met de juiste middelen en voldoende lang.
Onze basisadviezen:
1. Gezond aan het seizoen beginnen.
2. Zonodig bij latente infecties vier tot vijf weken voor de vlucht een luchtwegkuur.
3. Gezond houden middels (kortstondig) preventie na de vlucht.
4. Daarnaast waar mogelijk de conditie van de duiven verbeteren op een natuurlijke manier.
Duiven met voldoende weerstand en conditie hebben immers minder behoefte aan medicijnen.
Pokken
De officiële naam van pokken is pokkendiptherie; bij kippen wordt namelijk door het virus èn pokken èn diptherie (een bepaalde keelontsteking) veroorzaakt. Bij duiven zien we meestal alleen pokken; wanneer een duif lijdende is aan pokken treedt er dikwijls ook trichomoniasis op, en deze slijmvliesontsteking is geen gevolg van pokken. Bij duiven zou het dan ook beter zijn om alleen van pokken te spreken.
Twee vormen: de difterievorm: in de slijmvlies van de bek, lijkt erg op 't geel en de pokvorm: Vooral aan de snavel, oogranden, poten en rond de cloaca (slijmvliezen! ). Besmetting overgebracht door steekmuggen.
Behandeling: aantippen met een jodiumoplossing met een wattenstaafje of ze vallen vanzelf af.
Enting d.m.v. de veerfollikelmethode (denk eraan dat witte veren terug kunnen komen na de enting! (d.w.z. pigmentverlies op de plaats van de enting). Of vaccinatie tegelijk met een paramyxo-enting (combinatievaccin) is mogelijk.
Als eerste verschijnselen zien we (meestal) een kleine verhevenheid van het ooglid; na enkele dagen groeit dit uit tot een luciferkop grote pok. Pokken kunnen op elk onbevederd gedeelte van de huid voorkomen, maar merkwaardiger wijze zien we die pokken meestal op de oogleden; later kunnen er ook niet alleen pokken rondom de ogen, langs de bekranden en zelfs in de bek voorkomen, maar ook op de neusdoppen. Een enkele keer zien we ze ook op de poten.
Het aantal en de grootte van de pokken kan zo groot worden dat de ogen geheel bedekt worden; ook kan de bek zo vol zitten dat er geen voedselpassage meer kan plaatsvinden; in beide gevallen zullen de duiven moeten sterven door gebrek aan voedsel en/of water.
Het pokken virus wordt overgebracht door de duiven onderling. De duiven vechten met elkaar, maken daarbij kleine wondjes waarin dat het virus de kans krijgt zich te ontwikkelen. Daarom zullen de grootste vechtersbazen het makkelijkst geïnfecteerd (besmet) worden; daarom klaagt men ook dikwijls dat de beste duiven zo gauw besmet zijn.
Maar niet alleen kunnen de duiven elkaar besmetten maar ook gebeurt dat de besmetting door parasieten zoals muggen, die kleine wondjes maken. het is daarom ook niet verwonderlijk dat in die tijd van veel muggen deze ziekte uitbreekt. De muggen dragen het virus bij zich zonder dat zij er zelf last van hebben. Wanneer er dan bovendien één besmette duif in de reismand zit, zal deze alle andere kunnen besmetten. De overnachtvluchten op het einde van de zomer geven daar goede voorbeelden van.
Omdat muggen overbrengers van pokken zijn, dient men te zorgen dat deze insecten niet in het hok kunnen komen.
Circovirus
Meer en meer praat men over het Circovirus bij de duiven (in België voor het eerst gediagnosticeerd in 1998). Circovirose is een virale aandoening die bij duiven op zeer jonge leeftijd de thymus en Bursa van Fabricii aantast. Deze twee organen zijn noodzakelijk voor de opbouw van de immuniteit (= weerstand en afweer) van de duif. Door de beschadiging van deze organen kunnen besmettingen sneller optreden en zullen ook sommige vaccinaties soms geen volledige bescherming meer bieden (vb. paramyxovirose).
Volgens verschillende onderzoeken is het gebleken dat een zéér groot percentage van onze duiven reeds besmet is of ooit in aanraking is gekomen met dit virus. Op dit ogenblik is er nog te weinig bekend over de werkelijke gevolgen van circovirose= "circusvirus?". De gekende gevolgen bestaan hoofdzakelijk uit secundaire infecties die we met ons gewone geneesmiddelenarsenaal het hoofd kunnen bieden.
Streptococcen
Streptococcen infecties werden het eerst in België opgemerkt in 1990. Een groot deel van de duiven is drager van deze kiem (Streptococcus gallolyticus) zonder echter klinische symptomen (= ziekteproblemen) te vertonen. De kiem komt vooral voor op de hokken met slechte hygiënische omstandigheden en bij duivinnen tijdens het kweekseizoen. Ook kan de infectie soms samengaan met een paratyphus-infectie.
Verlamming bij streptococcose
Ziektebeeld
•Acuut sterven van duiven van elke leeftijd
•Abcesvorming in de borstspier
•Vermagering
•Afhangen van één of beide vleugels
•Manken
•Groene slijmerige mest
•Zenuwsymptomen
•Slechte prestaties
Ziektesymptomen bij uw duiven en mogelijke oorzaken
Ademgeluiden.
Ademgeluiden bij duiven is ook een symptoom, wat verschillende oorzaken kan hebben.
We onderscheiden verschillende soorten ademgeluiden o.a. Reutel, die droog vochtig kan klinken. Het wordt dan ook wel droge of natte coryza genoemd.
Soms horen we in het hok een snik of zitten de duiven voortdurend te niezen. De bijgeluiden worden veroorzaakt door slijm in de luchtwegen of door aantasting van de de stembanden van de duif. Meestal gaat dit verschijnsel gepaard met andere ornithose-verschijnselen, zoals een vuile neus en een nat oog. De duiven kunnen eenvoudig behandeld worden door een ornithose-middel in het drinkwater te verstrekken. Een enkel geval wordt ingespoten met antibiotica of wordt een pil of capsule met een ornithose-middel toegediend.
Ernstiger wordt het als de duiven met het hoofd omhoog en gestrekte hals een diep schrapend ademgeluid voortbrengen, terwijl ze achterover geleund op de staart zitten. (Zie duiven herpesvirus). Meestal verloopt zo’n ademhalingsaandoening in dit stadium fataal. Als enige behandeling kan de duif met antibiotica, die goed werkzaam zijn in de luchtwegen worden ingespoten om daarmee de bijkomende bacteriële infecties te bestrijden. Omdat de duif niet meer drinkt, moet voer en vocht worden opgespoten. We zien dit beeld ook bij een ernstige geelinfectie. De bek zit dan vol met gele brokken en vellen en er is soms ook ademnood. De aangetaste delen van de bek worden dan met een wattenstick met een verdunde jodiumoplossing aangestreken en de duiven krijgen een geelkuur in de vorm van tabletten of door middel van een oplossing van medicijnen die opgespoten wordt. In enkele gevallen is er in de mond of keelholte sprake van een bacteriële infectie of van een gezwel. In een enkel geval zijn de ademwegen aangetast door uitdroging. We zien dat na een lange warme vlucht. De duiven komen dan thuis met een schrapend bijgeluid van de ademhaling.
Een nat oog.
Eén van de meest voorkomende afwijkingen is HET NATTE OOG. Hierbij is dan meer vocht dan normaal aanwezig. Normaal is de buitenkant van de oogbol iets vochtig. De oogbol moet namelijk GLAD,GLANZEND,VOCHTIG,DOORSCHIJNEND zijn. Bij een nat oog ligt er te veel vocht op het hoornvlies (cornea). Als reactie op de ontsteking komt er extra traanproduktie waardoor oog en ooglid nat worden. Vaak is het oog het eerste waar een liefhebber naar kijkt bij een duif. Een nat oog valt dan ook snel op.
De oorzaken van een nat oog schuilen meestal in het Ornithose-complex.
De veroorzakers van dat ziektecomplex zijn verantwoordelijk voor een oogbindvlies-ontsteking.
Vaak is dat éénzijdig (one eye cold), maar bij jonge duiven waarbij vaak oogbindvlies- ontstekingen, mogelijk als gevolg van het herpesvirus (vliesjesziekte ), te zien zijn, is dat altijd aan beide ogen.
De one eye cold is vaak goed te behandelen met een ornithosemiddel in het drinkwater gecombineerd met een plaatselijke behandeling met oogdruppels. De vliesjesziekte is vaak veel moeilijker te bestrijden.
Te vaak worden hiervoor oogdruppels gebruikt met antibiotica en corticosteroïden, met het nadeel dat hier hormonen gebruikt worden die problemen kunnen geven.
Hebben we bij een oogontsteking te maken met een andere veroorzaker, zoals een schimmel of een hardnekkige bacterie, dan dienen zeer snel passende geneesmiddelen toegediend te worden.
We zien in die gevallen vaak pus uit het oog komen en een langdurige kuur met antibiotica of antimycotica (antischimmelmiddel) is noodzakelijk. Het kan gegeven worden door middel van injectie of pillen eventueel gecombineerd met oogzalf of druppels. Er moet bij een afwijkend oog altijd wel gekeken worden of er geen vuil in het oog zit. Als een oog nat is, kan dat komen door een oogbindvlies ontsteking, maar het kan ook dat de oogbol zelf ontstoken is. Het komt nogal eens voor, dat duiven elkaar in de ogen pikken. Een beschadigd hoornvlies is een oorzaak dat een oog sterk gaat tranen. Als gevolg van die beschadiging kan ook weer een oogontsteking ontstaan met alle gevolgen van dien. De oogleden, die vaak verkleefd zijn, moeten van elkaar losgemaakt worden en er moet zalf op de oogbol gebracht worden. De grootste fout die een liefhebber hier kan maken, is ook weer de toediening van druppels of oogzalf met corticosteroïden, omdat die de genezing juist belemmeren, wat de duif op den duur een oog kan kosten
Wat ook nogal eens gezien wordt,is een oogontsteking als gevolg van een besmetting met paratyfusbacterie. De bacterie kan via de circulatie, maar ook via een verwonding in het oog zijn gekomen.
Dit is een ernstige en pijnlijke zaak,waarbij de duif het oog voortdurend dichtknijpt. Meestal gaat het oog hierbij verloren en kijken we naderhand als ware in een holle ruimte, waaruit de lens verdwenen is. Het oog kan dan beter chirurgisch verwijderd worden.
Tenslotte zien we nogal eens een nat oog, dat is beschadigd door een pokkendifterie-woekering.
Met een antibioticazalf komt dit probleem meestal na enkele weken goed. Pas op met jodiumtinctuur in de buurt van het oog, omdat het oog dan ernstig beschadigd kan worden. Een ander virus, het herpesvirus, dat ook al verantwoordelijk is voor de lastige maar verder onschuldige zgn. vliesjesziekte, kan ook ernstige ooglid- en ooginfectie geven. Vaak zitten beide ogen dicht en komt er pus uit. Daarbij zijn die duiven ernstig ziek en zien we vaak ook gele aanslag (pseudomembramen) in de bek en de keel.
De duif kan dan behandeld worden met een herpesvirus-remmende oogzalf.
We kunnen duidelijk stellen dat een duif zelfs met de minste of geringste oogaandoening niet ingekorfd kan worden. Oogaandoeningen moet bij duiven altijd met spoed behandeld worden.
Dit onderzoek en de passende behandeling dient bij een dierenarts verricht te worden.
Een scheve kop.
Er zijn enkele oorzaken te noemen waardoor de kop van een duif een afwijkende stand kan krijgen.
1) Paramyxo is de meest voorkomende oorzaak. Soms is de afwijking zo ernstig dat de kop geheel gedraaid is, een andere keer staat de kop alleen wat scheef. Een enkele keer herstelt de afwijking zich maar is het te betwijfelen of de duif nog optimaal zal presteren. (zie ziekte)
2) De emtryl vergiftiging. Deze vergiftiging met een geelkuur (zie vergiftiging) die dimetridazole bevat,wordt dikwijls gezien. Teveel van dit middel(vooral door fouten in de dosering of door overmatig drinken tijdens het azen of tijdens warm weer)veroorzaakt hersenbloedingen met niet alleen een scheve maar ook vaak een trillende kop. Soms sterven de duiven eraan maar meestal herstellen ze,nadat ze enkele dagen schoon water gedronken hebben.
3) Door paratyfus (Salmonella typhymurium) kunnen de duiven een hersenvlies of middenoor ontsteking krijgen en ook dat veroorzaakt een scheve kop. (zie ziekte) Daarbij zijn de duiven in tegenstelling tot paramyxo, ernstig ziek en zullen in welhaast alle gevallen sterven.
4) Duiven vliegen nogal eens ergens tegenaan. Bijvoorbeeld tegen een glazen ruit van het duivenhok of van een woning. De kop krijgt dan als eerste een flinke klap waardoor er hersenletsel kan ontstaan. Met rust verdwijnen die verschijnselen meestal weer.
De dikke buik, papkonten en legnood.
Vogels hebben in tegenstelling tot de mens geen middenrif, zodat borst- en buikholte niet gescheiden zijn en dus één geheel vormen. Eigenlijk zouden we moeten spreken van borst-buikholte of van lichaamsholte.
Wanneer de inhoud van de buik veel groter wordt dan normaal, zal de buik aan de onder-achterzijde uitzetten, op de plaats waar geen ribben, borstbeen of bekkenbeenderen zitten.
De vergroting van de buikinhoud kan verschillende oorzaken hebben. Het is opmerkelijk, dat dit bij duivinnen veel vaker voorkomt dan bij doffers. De oorzaak hiervan ligt in het feit, dat de verdikkingen vaak voorkomen door afwijkingen van de geslachtsorganen van de duivin.
Vet in de buik.
In de winter krijgen de duiven dikwijls te veel voer. Het resultaat is dat zich vet gaat ophopen in het achterste gedeelte van de buik. We kunnen het daar voelen als een weke massa. Het onderhuids vet schijnt als een gelige massa door de buikhuid heen. Bij een nog grotere vervetting zal de buik zelf ook gevuld raken, waardoor de darmen en lever in hun functie belemmerd worden. Ook de bevruchting zal problemen geven evenals de ademhaling. Dit laatste door het dichtdrukken van de luchtzakken.
De spieren zullen ook een gelige kleur vertonen. Er kunnen vetophopingen in de buik voorkomen,die als kleine vetvlokken in de buikholte verspreid liggen. Er kunnen ook zulke grote vetophoping in de buik zitten dat ze flinke gedeelte van de buikholte in beslag nemen. Het overtollige vet kan door een operatie verwijderd worden. In ernstige gevallen is de hoeveelheid vet die bij zo’n operatie wordt weggenomen wel een theekopje vol. Bij kwaadaardige gezwellen is het succes van een operatie afhankelijk van de plaats waar ze zitten. Meestal moet de duif dan uit zijn lijden worden verlost.
Vocht in de buik.
Bij sommige problemen in de borst-buikholte (bijvoorbeeld hart- of leverafwijkingen) komt er bij een stuwing in de bloedvaten, waardoor vocht uittreedt en los in de buikholte komt. De oorzaak is dikwijls een buikvliesontsteking veroorzaakt door eiresten de baarmoeder (“eiperitonitis”).
Bij dit alles zien we een dikke buik. Of er werkelijk vocht in de buik zit, kan men door een punctie controleren ( men laat dan door een holle naald de vloeistof weglopen ). De hoeveelheid is soms wel 100 tot 150 ml. Het aftappen van vocht los het probleem van benauwdheid direct op, maar het productie van het vocht begint weer opnieuw en keert weer opnieuw terug. Operatief kan men de achtergebleven eiresten verwijderen,maar meestal is door de ontsteking reeds zoveel schade aangericht, dat de eiproductie niet meer op gang zal komen. Ook de spijsvertering is vaak verstoord doordat de darmen vergroeit zijn.
Leucose.
Leucose is bij duiven een ongeneeslijke leveraandoening. De lever wordt zo groot dat hij andere organen wegdrukt en de buik doet laten uitpuilen. De buik wordt zeer dik,terwijl de duif “scherp” (mager) wordt. Bij sectie blijkt dat de lever behalve sterk vergroot is, ook lichtgemarmerd van kleur is. De verdikking in de buik wordt ook vaak veroorzaakt door veel stuwingvocht. Euthanasie is de enige mogelijkheid.
Andere tumoren.
Naast de genoemde leucose en vetgezwellen worden ook wel andere kankergezwellen in de buikholte aangetroffen. Vooral bij duivinnen wordt nog wel eens een tumoreuze ontaarding van de eierstokken gevonden. Een behandeling hiervoor heeft in het algemeen geen zin.
Gezwellen in de buik worden in de praktijk ook door echografisch of röntgenologisch onderzoek of een kijkoperatie vastgesteld.
Legnood.
Een enkele keer blijft het pas gevormde eitje in de eileider steken. Ook kan het gebeuren dat het ei met schaal en al in de baarmoeder blijft steken. Uiteraard is de buik dan verdikt en kunnen we het ei met de top van de vinger tussen de legbeentjes voelen.De duif zit vaak met de staart wat omhoog op het nest te persen. Duurt deze situatie langer dan 2 dagen, dan moet ingegrepen worden.
Darmdraaiingen en verstoppingen.
Bij uitzondering is de passage van de darm van de duif gestremd. Er vormt zich dan voor de verstopping een enorme ophoping van voedsel, waardoor de buik sterk kan opzetten.
Door operatief ingrijpen kan de verstopping verwijderd worden.
Ernstige spoelworminfectie.
Soms zijn de darmen zo overvol met spoelwormen (Ascaridea) dat ze sterk uitgezet zijn en zo de buikholte opvullen.
Het beeld van zo’n wormenbuik is een opgezette buik, die wat zacht of week aanvoelt.
Dikwijls zien we dan in de ontlasting wat drillerger stukjes slijmvlies, omdat de wormen het slijmvlies aangetast hebben. De behandeling bestaat uiteraard in het snel verstrekken van een wormkuur.
Breuk van het buikvlies.
Wanneer er in het buikvlies en de buikspieren aan de onderkant van de buik een opening komt, dan kunnen het buikvlies en darmen op die plaats onder de huid zakken en spreken we van een breuk.
De enige behandeling is een operatie, waarbij de darmen weer in de buikholte teruggeduwd worden en de breukpoort gesloten wordt. Dit probleem komt veelvuldig voor bij duivinnen.
Papkonten.
Bij jongen valt het soms op dat ze tussen de één en drie weken na het spenen een sterk vervulde buik krijgen. De liefhebbers noemen dit een papkont. De stuitbeentjes wijken sterk uiteen en de buikinhoud voelt dik en waterig aan. Het blijkt dat de darmen vervuld zijn met vocht, vaak doordat de ouden veel vocht en weinig voer aan de jongen voeren. Alhoewel de schuld meestal niet bij de erfelijke aanleg van de jongen ligt, worden deze jongen door de omstandigheden tijdens de opgroei meestal geen goede vogels.
Beter is het om ze op te ruimen.
Voortplantingsmoeilijkheden
Als een duivin geen eieren legt, kan dit door verschillende redenen veroorzaakt worden. Als tijdens het opgroeien van de duivin de eierstok niet of gedeeltelijk ontwikkeld is, zal ze nooit in staat zijn om een normaal ei te leggen. Is gebleken dat de duivin wel eieren kan leggen(bijvoorbeeld in de vorige jaren) en nu plotseling niet meer, dan kan het zijn dat de eierstok door een ernstige ontsteking (bijvoorbeeld door paratyfus) vernield is. Ook tumoren kunnen de eiproductie volkomen stilleggen.
Het is mogelijk, dat een oude duivin geen eieren meer legt door het feit dat ze al te veel eieren gelegd heeft. Een goede kweekduivin die in enkele jaren 20 of 30 eieren heeft gelegd, is dan op. Het einde van de leg kondigt zich meestal aan als de duivin midden in de zomer of in de herfst nog slechts één ei legt en dan vaak ook nog een ei met een slechte kalkschaal of een veel te klein ei.
Gestoorde eipassage
Onbevruchte eieren worden gelegd wanneer de eieren niet 100% in orde zijn, komt door een te snelle passage door de eileiders of omdat de doffer onvruchtbaar is, of de mannelijke zaadcellen het eitje niet bereikt hebben.
In het laatste geval ligt het niet aan de doffer, maar moeten we de oorzaak bij de duivin zoeken. Het zou kunnen zijn, dat de cloacaopening van de duivin verstopt is door vuil en/of veren.
Een verstopping van de eileider is vaak een oorzaak van legproblemen. Er kunnen bijvoorbeeld ei of kalkresten in zitten, maar ook kan door een ontsteking de gehele doorgang versperd zijn.
Duiven lopen van het nest
Met ongedierte in het hok, zoals ratten maar ook bloedluizen, gebeurd het wel eens dat de duiven ’s nachts van de eieren aflopen. Wanneer men ’s morgens gaat kijken zullen de duiven wel weer broeden, maar intussen zijn de eieren voor een lange tijd koud geweest en is de kiem gestorven.
Braken
Braken is op zichzelf geen ziekte. Het is een uiting van het lichaam dat er iets mis is.
Het probleem speelt zich meestal af in het maag-darmstelsel. Er is iets door de duif opgenomen wat braakwekkend is, er gaat een signaal naar de hersenen, alwaar het braakcentrum de informatie doorgeeft aan het maag-darmstelsel.
Wat kunnen de redenen zijn voor braken bij duiven?
1) In de eerste plaats kunnen duiven een maag-darmontsteking hebben. Een ontstoken slijmvlies is een prikkel tot braken. Het slijmvlies van maag en darm kan door diverse oorzaken zoals o.a Paratyfus, Coli, schimmels, gisten, haarwormen of adenovirussen ontstoken zijn.
2) Duiven kunnen ook gaan braken, omdat ze braakverwekkende stoffen hebben opgenomen of omdat sommige geneesmiddelen braakwekkend zijn. Na injecties met bepaalde antibiotica of na het toedienen van bepaalde wormmiddelen kunnen duiven gaan braken.
3) Soms braken de duiven omdat ze van bepaalde voedingsstoffen te veel hebben opgenomen.
We zien dat nog al eens met grit, waar ze soms al te gretig van eten. Ook als de duiven naar het land zijn geweest, hebben ze zich wel eens overvloedig tegoed gedaan en gaan ze op het hok zitten braken.
Op zich is dit niet zo’n probleem. Wel wordt het een probleem als de duiven gif op het land hebben opgenomen. Het braken blijft dan doorgaan en de kans dat de duiven sterven is groot.
Concluderend kunnen we stellen, dat braken op zich niet veel hoeft te betekenen, maar blijft het doorgaan of gaan meerdere duiven braken, dient er verder onderzoek verricht te worden.
Diarree
Waterige diarree kan veroorzaakt worden door échte diarree vanuit de darm of door een overmatige hoeveelheid urine,die niet meer geconcentreerd word maar als plassen wordt onderscheiden.
1) Echte diarree
Dit wordt veroorzaakt door een afwijking in de spijsverteringskanaal (darm, alvleesklier, lever e.d.). We zien dan vaak een slijmerige tot waterachtige, meestal groene ontlasting.
De oorzaken zijn vaak bacterieel (groen slijmerig, Paratyfus en Coli ), viraal (licht groen tot geel waterig, adenovirus ) of parasitair (groen slijmerig, haarwormen; waterig drillerig, spoelwormen; waterig bloederig, duivenbot alleen waterig, hexamiten).
Het is echter niet mogelijk om alleen aan de uitwendige vormen kleur van de ontlasting, de oorzaak vast te stellen!
Een uitgebreid ontlastingonderzoek, microscopisch, eventueel aangevuld met kweek (bacteriologisch onderzoek) is de enige goede manier om de veroorzaker te vinden en een juiste behandeling in te stellen.
2) Valse diarree
Soms is een wat waterige ontlasting niet verontrustend.Bijvoorbeeld, een duif die juist terugkomt van de vlucht heeft vaak wat waterige groene ontlasting. Een nerveuze jonge doffer die kort op weduwschap staat heeft ook dikwijls wat waterige afscheiding.
Meestal komt dat echter doordat de duiven veel drinken en daardoor veel urine afscheiden.
Waterige ontlasting zien we ook tijdens en na paramyxo-infectie. Het is één van de bekendste verschijnselen bij deze ziekte. De oorzaak is een nierbeschadiging die slechts langzaam herstelt.
Ook bij de overgangsdiarree, waarbij de azende duiven overgaan van pap op vast voer, dus als de jongen een week oud zijn, krijgen de jongen en ouden een waterige ontlasting die te wijten is aan het vele drinken.
Mager worden.
Als een duif mager wordt, kan dat verschillende oorzaken hebben.
Een oude duif wordt op den duur, zeker boven de tien jaar magerder dan dat hij in zijn glorie jaren was.
We zien dat soms ook bij duiven die er zwaar aan hebben moeten trekken, bij het grootbrengen van hun jongen.
Een duivin met grote jongen, die ook nog eens door haar doffer gedreven wordt zal zeker voor een korte periode afslanken. Ook duiven die een zwaar vluchtprogramma hebben gehad of die na een zware vlucht thuiskomen, kunnen wat schraal aanvoelen. Het zijn allemaal normale oorzaken.
Meestal liggen de oorzaken van het mager worden bij ziekten.
Ziekten waarbij de duiven snel vermageren zijn; darmparatyfus, adeno-coli-complex, worminfecties.
Daarnaast kunnen inwendige ziekten, zoals legnood met een buikvliesontsteking en tumoren in de buik, de oorzaak zijn van het vermageren.
Ook ernstige luchtwegaandoeningen zoals de herpesvirusinfectie, waarbij de duiven nauwelijks door ademnood kunnen eten, kunnen er de oorzaak van zijn dat duiven mager worden.
Kreupel lopen en scheef vliegen.
Enkele veel voorkomende oorzaken.
1) Paratyfus,deze ziekte kan gewrichtontstekingen tot gevolg hebben. (zie ziektes)
2) Andere bacterie kunnen ook een gewrichtontsteking geven bijvoorbeeld colibacteriën.
3) Een kneuzing of breuk (zie verwondingen)
4) Voetzoolwoekering.
Bij oude duiven ziet men dikwijls een overmatige hoornvorming onder de voetzolen.
Wanneer daar kloven in komen, blijkt dat behoorlijk pijnlijk te zijn .
5) Ook gebeurd het wel eens dat de liefhebber onbewust op de poot gaat staan,en dat niet in de gaten heeft gehad.
Binnenkort volgt nadere invulling
Home
Het adres
Het team
Historie
E-mail contact
Antibioticumbeleid
Tarieven
Voorwaarden
Disclaimer
Gezelschapsdieren
Honden & katten
Voortplanting
Vlooien en teken
Ontwormen
Vakantie
Tanden & kiezen
Chippen
Katten
Konijn
Cavia
Fretten
Postduiven
Reptielen
Vogels / Pluimvee
Gebitsverzorging
Operaties
Laboratorium
Echografie
Röntgenonderzoek
Spoed
Bijsluiters
Vergiftigingen
Paarden
Chippen
Gebitsverzorging
Keuringen
Ontwormen
Paspoort
Vaccinaties
Vergiftigingen
Voeding
Vruchtbaarheid
Zomereczeem
Varkens
Varkensartsen Twente
Varkensartsen Salland
Antibioticumbeleid
Contact
Varkenziekte.nl
Circovirus
Varkens-Links
Varkensartsen Nieuws
Herkauwers
Rundvee
Noodslachting
Blauwtong
blauwtong nieuws
Kleine herkauwers
Melkgeiten
Hygiëneprotocol
Antibioticumbeleid
Apotheek
Bijsluiters
Nieuws
Links
Vacatures
Nieuwsarchief
Varkensartsen nieuws
Webshop
Bestellingen
Peuvers Esch diergeneeskundig centrum / Gezelschapsdieren / Paarden / Landbouwhuisdieren / almeloseweg / Spreekuur / Spoedgevallen / Consult / Dierenartsen / Corné van der Bijl / Fenella Doesburg / Odylon Elberink / Matthé Evers / Marjolein van de Kant / Elzo Kannekens / Valentijn Thuring / Dierenartsenpraktijk / Albergen / Geesteren / Hengelo / Almelo / Weerselo / Langeveen / Manderveen / Mander / Tubbergen / Vriezenveen / Borne / Zenderen / Dinkelland / Twenterand / Saasveld / Fleringen / Mariaparochie / HD / Klinisch / Keuringen / Merrie / Hengst / KI / PROK / Vruchtbaarheidsbegeleiding / Paarden / Pony / Gebitsbehandeling / Ontwormen / Chippen / Visite / Spoedgeval / Vaccinaties / Zomereczeem / zomerschuren / diergeneesmiddelen / varken / rund / koeien / stieren / kalf / veulen / verlossing / keizersnede / Bloedanalyse / Röntgen / onderzoek / Echografie / Reptielen / Operaties / Knaagdieren / Vogels / Pluimvee / Postduiven / Katten / Honden