Hygiëneplan voor melkgeiten- en schapenhouderijen in het kader van Q-koorts, ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Hygiëneplan voor melkgeiten- en schapenhouderijen - 6 februari 2009
Met LTO is een hygiëneprotocol overeengekomen. Dit hygiëneprotocol geldt voor alle melkgeiten- en melkschapenhouderijen in heel Nederland. De maatregelen uit het protocol hebben tot doel de kans op verspreiding van de Q-koorts bacterie naar mensen te verkleinen. De maatregelen hebben
betrekking op:
• algemene hygiëne,
• mestopslag,
• vervoer en uitrijden van mest,
• aflammerperiode
Hygiëneplan voor melkgeiten- en schapenhouderijen
Inleiding
Nederland werd in 2007 voor het eerst met een uitbraak van Q-koorts bij de mens geconfronteerd. De meeste patiënten werden in de Noordbrabantse gemeente Herpen gezien.
In 2008 heeft zich wederom een Q-koorts uitbraak in Noord-Brabant voorgedaan. Bij deze uitbraak waren beduidend meer mensen in grote delen van de provincie getroffen.
Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii die vooral bij herkauwers voorkomt. Bij het verwerpen van geiten komen miljarden bacteriën vrij die met de placenta en geboortevloeistoffen in het strooisel terecht komen. Ook met uitwerpselen, urine en vaginale uitvloeiing na verwerpen of een normale worp worden de bacteriën uitgescheiden. Vooral na opdrogen kan de bacterie verspreid worden. Voor de mens is Coxiella burnetii zeer infectieus. Enkele bacteriën zijn voor een infectie toereikend.
De uitbraken van Q-koorts bij de mens in 2007 en 2008 in Noordbrabant houden mogelijk verband
met de melkgeitenhouderij. Deze regio is een concentratiegebied van de melkgeitenhouderij en in
deze regio is vanaf 2005 de verwekker van Q-koorts verschillende malen als oorzaak van een
omvangrijk abortusprobleem vastgesteld. Het verloop van de menselijke Q-koorts epidemie geeft
bovendien aanleiding een verband met de aflammerperiode te veronderstellen.
Bij een officieel vastgestelde Q-koorts melding bij melkgeiten en -schapen zijn wettelijke maatregelen van kracht. Daarnaast wil de melkgeitensector in samenwerking met de overheid zelf maatregelen nemen om het gevaar van Q-koorts voor de bevolking te reduceren. Dit hygiëneplan strekt daartoe.
Hierbij gaat het niet alleen om algemene hygiëne maar ook om specifieke maatregelen die het
verspreiden van de verwekker van Q-koorts uit de melkgeitenhouderij moeten minimaliseren. De
maatregelen zijn bedoeld voor melkgeitenbedrijven in het hele land, ongeacht de Q-koorts status.
Onderzoek van GD en VWA doet namelijk sterk vermoeden dat de Q-koorts bacterie ook bij bedrijven zonder abortusproblemen voorkomt. Omdat incidenteel ook op melkschapenbedrijven Q-koorts gerelateerde problemen worden gezien, is dit hygiëneplan ook voor deze bedrijfstak van toepassing.
Verspreiding van Q-koorts
Over de precieze manier waarop de Q-koorts bacterie vanuit besmette bedrijven wordt verspreid en
vervolgens voor besmettingen bij andere bedrijven en mensen zou kunnen zorgen, bestaan nog tal
van onduidelijkheden. Er zijn diverse onderzoeken in gang gezet die in de loop van 2009 meer
duidelijkheid kunnen scheppen. Wel bestaat er in de wetenschappelijke literatuur overeenstemming dat de bacterie vooral via stof wordt verspreidt. Met de wind verspreidt stof afkomstig uit de melkgeitenhouderij zou dan als de drager van besmetting moeten worden gezien. Er kunnen minimaal twee mechanismen worden onderscheiden die aanleiding geven tot stofvorming:
- de aanwezigheid van dieren in de stal die door hun activiteit voor stofvorming zorgen en
- het leegrijden van de potstal en het verdere mesttraject tot en met het uitrijden op bouwland dat
aanleiding geeft tot extra stofvorming.
Knaagdieren en vogels kunnen ook een rol bij de verspreiding van Q-koorts spelen.
Doel van de Maatregelen
Het ligt voor de hand dat maatregelen die stofvorming tegengaan ook een effect hebben op de
verspreiding van Q-koorts bacteriën vanuit een bedrijf.
Stofvorming bij het houden van geiten kan worden beperkt door voor een dik pak stro in de pot te
zorgen. Dit effect komt tot stand omdat in een dik pakket stro stof naar onderen dwarrelt. In de
onderste lagen is stro in het algemeen vochtig en deze lagen binden vervolgens het stof waardoor het bij activiteit van de dieren niet op nieuw in de lucht terecht komt. Om de stofproductie bij het gebruik van stro verder te beperken is het ook van belang kwalitatief goed stro te verstrekken.
Hygiëneplan voor melkgeiten- en schapenhouderijen, 6 februari 2009, ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Uitmesten of uitrijden tijdens de aflammerperiode brengt het risico met zich mee dat extra veel
bacteriën verspreid worden. Door hiermee bij de planning van het uitmestregime rekening te houden kan dit risico worden beperkt.
Bij het leegrijden van de pot kan stofvorming worden voorkomen door eerst ruim met water te
sproeien. Als het uitrijden van de mest op een rustige en regenachtige dag plaats vindt en de mest
onmiddellijk wordt ondergewerkt valt te verwachten dat stofvorming tot een minimum kan worden
beperkt.
In sommige gevallen, b.v. bij uitrijden op grasland, kan de mest niet ondergewerkt worden. Het is dan van belang dat alleen goed gerijpte mest wordt gebruikt. Ook al is de kennis van de overleving van de Q-koorts bacterie in potstalmest beperkt, is het duidelijk dat de levensvatbaarheid van de kiem met de tijd afneemt. Het wettelijke uitmestverbod gedurende 90 dagen bij bedrijven waar Q-koorts is vastgesteld is gebaseerd op dit gegeven.
Zwangeren, jonge kinderen, ouderen en mensen met hartklepafwijkingen of kunststofmateriaal in
hun bloedvaten en mensen met een verminderde weerstand zoals rokers hebben een verhoogd risico op een ernstig beloop van Q-koorts als ze besmet raken. Het is daarom belangrijk te voorkomen dat deze personen aan de Q-koorts bacterie worden blootgesteld.
Verplichte maatregelen
De overheid heeft een aantal maatregelen uit dit hygiëneplan opgenomen in de Regeling tijdelijke
maatregelen dierziekten die daarmee wettelijk verplicht zijn gesteld. Dit betreft:
• Ongediertebestrijding.
• Verbod op het uitmesten van de potstal vanaf het begin van de aflammerperiode tot één
maand na afloop daarvan.
• Verplichting om de mest afgedekt op te slaan of te vervoeren.
• Verbod op het uitrijden van potstalmest tenzij onmiddellijk wordt ondergewerkt of
tenminste 3 gedurende maanden gecomposteerde mest wordt gebruikt.
• Plaatsen van voldoende bakken in de stal om nageboortes en verworpen vruchten voor te
verzamelen.
Door het toepassen van dit hygiëneplan, naast de verplichte wettelijke maatregelen, kan de
veehouder er zelf ook voor zorgen dat de verspreiding van de Q-koorts bacterie wordt tegen gegaan.
Maatregelen
1. Algemene hygiëne
• Voorkom bij alle werkzaamheden zoveel mogelijk stofvorming.
• Bestrijd of laat ongedierte professioneel bestrijden. Weer vogels uit de stal.
• Verwerk melk van verwerpende dieren niet tot rauwmelkse producten.
• Gebruik alleen stro dat aan hoge kwaliteitseisen voldoet, b.v. door het bij een
fouragehandelaar die bij de HISFA is aangesloten te betrekken. Aangesloten handelaren zijn
GMP gecertificeerd waardoor een hoge kwaliteit van het stro gegarandeerd is. Weiger stro dat
niet aan de gewenste kwaliteitseisen, b.v. vanwege aanwezigheid van ongedierte, voldoet.
2. Uitmesten van de potstal, mesttransport en uitrijden
• Plan het uitmestregime van de potstal dusdanig dat op pot niveau tijdens en tot minstens een
maand na de aflammerperiode niet uitgemest hoeft te worden. De wettelijke verplichtingen
met betrekking tot het bijhouden van een administratie omtrent het uitmestregime zijn
eveneens van toepassing op pot niveau.
• Omdat stofvorming bij het storten van de mest na het leegrijden niet te voorkomen is, dient
de pot bij droog weer vóór het uitmesten goed vochtig te worden gemaakt.
Hygiëneplan voor melkgeiten- en schapenhouderijen, 6 februari 2009, ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
• Rijd de mest bij voorkeur uit bij rustig en regenachtig weer en werk onmiddellijk onder. Bij
mest die tenminste 3 maanden is gecomposteerd, kan de verplichting tot onderwerken
achterwege blijven.
• Geen mest uitbrengen op grasland. Indien de bedrijfsvoering dit wel vereist, mag alleen mest
worden gebruikt die na het uitmesten tenminste 3 maanden is gecomposteerd.
• Als mest wordt opgeslagen buiten de stal moet dat in afgesloten containers gebeuren of de
mest moet afgedekt worden.
• Materieel van loonwerkers dat bij het leegrijden van de pot is gebruikt, dient voor verlaten
van het bedrijf schoon gemaakt te worden om te voorkomen dat mest op de openbare weg of
in de bebouwde kom terecht komt.
• Mest dient bij vervoer via de openbare weg getransporteerd te worden in afgesloten of goed
afgedekte (b.v. met behulp van een strak gespannen zeil) containers.
• Wettelijke bepalingen met betrekking tot mest moeten in acht worden genomen.
• Door de VWA opgelegde maatregelen moeten in acht worden genomen.
3. Aflammerperiode
• Strooi tijdens de aflammerperiode minstens een keer per dag ruim vers stro bij.
• Draag bij assistentie bij het aflammeren hygiënekleding en handschoenen als persoonlijke
beschermingsmiddelen.
• Stuur verworpen vrucht en nageboorte op voor onderzoek naar de GD.
• Verwijder overige nageboorten zo snel mogelijk uit de stal en bied deze ter destructie aan.
Dat is vooral bij verwerpers nodig. De oorzaak van het verwerpen kan de Q-koorts bacterie
zijn. Maak er een gewoonte van om telkens wanneer men in de stal bezig is nageboorten op
te rapen. Bakken in de nabijheid van de geiten waarin de nageboorten kunnen worden
gedeponeerd vergemakkelijken dit en voorkomen dat met nageboorten gezeuld hoeft te
worden. De bakken dienen lekdicht te zijn en moeten afgedekt kunnen worden.
• Laat zwangeren, jonge kinderen, ouderen en mensen met hartklepafwijkingen of
kunststofmateriaal in hun bloedvaten en mensen met een verminderde weerstand op een
bedrijf met een abortusprobleem niet in de stallen komen. Laat deze personen ook niet in
aanraking komen met de ongewassen kleren van iemand die contact heeft gehad met geiten
of schapen.
4. Overige maatregelen
• Loonwerkers en mesthandelaren dienen de hygiënemaatregelen t.a.v. het voorkomen van
stofvorming bij de behandeling van mest eveneens na te leven.
Home
Het adres
Het team
Historie
E-mail contact
Antibioticumbeleid
Tarieven
Voorwaarden
Disclaimer
Gezelschapsdieren
Honden & katten
Voortplanting
Vlooien en teken
Ontwormen
Vakantie
Tanden & kiezen
Chippen
Katten
Konijn
Cavia
Fretten
Postduiven
Reptielen
Vogels / Pluimvee
Gebitsverzorging
Operaties
Laboratorium
Echografie
Röntgenonderzoek
Spoed
Bijsluiters
Vergiftigingen
Paarden
Chippen
Gebitsverzorging
Keuringen
Ontwormen
Paspoort
Vaccinaties
Vergiftigingen
Voeding
Vruchtbaarheid
Zomereczeem
Varkens
Varkensartsen Twente
Varkensartsen Salland
Antibioticumbeleid
Contact
Varkenziekte.nl
Circovirus
Varkens-Links
Varkensartsen Nieuws
Herkauwers
Rundvee
Noodslachting
Blauwtong
blauwtong nieuws
Kleine herkauwers
Melkgeiten
Hygiëneprotocol
Antibioticumbeleid
Apotheek
Bijsluiters
Nieuws
Links
Vacatures
Nieuwsarchief
Varkensartsen nieuws
Webshop
Bestellingen
Peuvers Esch diergeneeskundig centrum / Gezelschapsdieren / Paarden / Landbouwhuisdieren / almeloseweg / Spreekuur / Spoedgevallen / Consult / Dierenartsen / Corné van der Bijl / Fenella Doesburg / Odylon Elberink / Matthé Evers / Marjolein van de Kant / Elzo Kannekens / Valentijn Thuring / Dierenartsenpraktijk / Albergen / Geesteren / Hengelo / Almelo / Weerselo / Langeveen / Manderveen / Mander / Tubbergen / Vriezenveen / Borne / Zenderen / Dinkelland / Twenterand / Saasveld / Fleringen / Mariaparochie / HD / Klinisch / Keuringen / Merrie / Hengst / KI / PROK / Vruchtbaarheidsbegeleiding / Paarden / Pony / Gebitsbehandeling / Ontwormen / Chippen / Visite / Spoedgeval / Vaccinaties / Zomereczeem / zomerschuren / diergeneesmiddelen / varken / rund / koeien / stieren / kalf / veulen / verlossing / keizersnede / Bloedanalyse / Röntgen / onderzoek / Echografie / Reptielen / Operaties / Knaagdieren / Vogels / Pluimvee / Postduiven / Katten / Honden